Ruimte OK Handreiking Optimaal Ventileren in de klas met de CO₂-meter.
Delen
Het Kenniscentrum Ruimte OK heeft in februari 2022 deze leidraad ontwikkeld om scholen te ondersteunen bij het realiseren van een gezond binnenklimaat door middel van optimale ventilatie en het gebruik van CO₂-meters. Goede ventilatie, waarbij continu verse buitenlucht wordt aangevoerd en vervuilde binnenlucht wordt afgevoerd, is een van de belangrijkste maatregelen voor een gezond binnenklimaat. Leerkrachten spelen een cruciale rol bij het tijdig initiëren van ventilatiemaatregelen. De CO₂-meter is hiervoor een handig hulpmiddel.
Deel 1: CO₂-meters, signaalwaarden en ventilatiesystemen
De werking van de CO₂-meter
De meter meet de CO₂-concentratie die leerlingen en leerkrachten uitademen. De CO₂-concentratie geeft een eerste indicatie van de mate van luchtverversing. De meter geeft met behulp van een display en een stoplichtfunctie snel aan of de CO₂-concentratie (en daarmee de luchtverversing) goed, matig of onvoldoende is. Op basis van deze informatie kan de leerkracht (of andere aanwezigen) tijdig ventileren of extra lucht/ventilatie toedienen. De focus ligt niet op de CO₂-uitstoot zelf, maar op de luchtverversing in het klaslokaal.
Typen CO₂-meters en wettelijke vereisten
Er worden twee hoofdtypen CO₂-meters gebruikt in scholen.
Eenvoudige CO₂-meter (Bouwbesluit): Deze meter heeft alleen een display en een stoplichtfunctie. Dit type was verplicht in het Bouwbesluit 2012 voor nieuwe basisscholen die vanaf 1 juli 2015 gebouwd zijn.
Uitgebreide CO₂-meter (SUVIS): Dit type heeft een meetfunctie die opgeslagen gegevens minimaal een jaar bewaart. Dit is verplicht bij gebruik van de regeling SUVIS (Specifieke Subsidie voor Ventilatie in Scholen). De meetfunctie zorgt ervoor dat de CO₂-concentratie geanalyseerd kan worden, wat inzicht geeft in de kwaliteit van het binnenklimaat.
Minimale technische eisen (Bouwbesluit en SUVIS)
De eisen voor de CO₂-meter zijn streng:
De meter moet continu werken op de gebruikelijke netspanning, waarbij een tijdelijke onderbreking de ingestelde signaalniveaus niet mag verstoren.
De meter moet zichzelf automatisch kalibreren.
Goede CO₂-meters maken gebruik van een niet-dispersieve infrarood (NDIR) gassensor. Het meetbereik moet minimaal 300 tot 5.000 ppm zijn.
De CO₂-concentratie moet goed afleesbaar zijn op een duidelijk display, met cijfers en letters van minimaal 8 mm hoog.
De meter moet waarschuwen met drie signaalniveaus:
CO₂-concentratie lager dan 1.000 ppm.
CO₂-concentratie tussen 1.001 en 1.400 ppm.
CO₂-concentratie van 1.401 ppm en hoger.
De SUVIS-regelgeving vereist het gebruik van een monitoringfunctie die de gegevens minimaal een jaar bewaart. CO₂-signaalwaarden en -acties (verkeerslichtfunctie)
De richtlijnen koppelen CO₂-concentraties aan een verkeerslichtfunctie met duidelijke acties:
CO₂-concentratie, indicatie, vereiste actie
800 ppm, goede luchtkwaliteit (groene zone), laat ventilatieroosters continu open. Open indien nodig één rooster boven 1,80 m.
800-1000 ppm, matige luchtkwaliteit (groene zone), open extra roosters boven 1,80 m. Zet de verwarming hoger als het koud is.
1000-1400 ppm, onvoldoende luchtkwaliteit (oranje zone), open alle draairamen boven 1,80 m. Vanaf 1200 ppm, open ook draairamen beneden 1,80 m.
1400 ppm, slechte luchtkwaliteit (rode zone), start (dwarsventilatie)/ventilatie (open ramen en deuren tegenover elkaar, bij voorkeur 5-10 minuten tijdens leswisselingen of pauzes). Meld overschrijdingen aan de schoolleiding.
De keuze van de signaalwaarden is afhankelijk van het ambitieniveau van de school (Frisse Scholen Klasse A, B of C).
Ventilatiesystemen en actiestrategie
De juiste ventilatiestrategie is afhankelijk van het type ventilatiesysteem:
Systeem A (Natuurlijke Toe- en Afvoer): Maakt gebruik van ventilatieroosters en ramen. De actie is primair gericht op het openen van ramen.
Systeem B (Mechanische Toe- en Afvoer): De leerkracht zet de ventilatie aan of op een hogere stand.
Systeem C (Natuurlijke Toe- en Afvoer): De leerkracht zet de mechanische afzuiging handmatig (of automatisch) aan of op een hogere stand.
Systeem D (Mechanische Toe- en Afvoer): De leerkracht zet de mechanische ventilatie (indien niet automatisch aangestuurd) aan of op een hogere stand.
Bij systemen met volledig gebalanceerde en CO₂-gestuurde ventilatie met voldoende capaciteit zijn aanvullende maatregelen alleen nodig als de CO₂-waarde te hoog wordt.
Deel 2: Installatie, kwaliteit en een geïntegreerde aanpak
Tips voor het selecteren en installeren van de meter: Kies bij voorkeur een zelfkalibrerende CO₂-meter. Kies voor 24/7 monitoring om de ventilatie in de hele school te bewaken. Installatie: De meter wordt bij voorkeur op een hoogte van 1,2 tot 1,5 meter in de leefruimte geïnstalleerd. Voorkom overlast door open ramen en deuren, zonlicht, verwarmingselementen of direct uitgeademde lucht (niet binnen 70 cm van de persoon installeren). Een vaste voeding (netspanning met aardlekschakelaar) wordt aanbevolen, hoewel in bepaalde gevallen ook batterij- of accuvoeding kan worden gekozen.
Geïntegreerde aanpak en ondersteuning: Een goed binnenklimaat omvat meer dan alleen ventilatie; het omvat ook temperatuur, luchtvochtigheid, akoestiek, licht en schoonmaak. Als de ventilatie met bestaande voorzieningen structureel onvoldoende is, zijn aanvullende structurele maatregelen noodzakelijk. Volg eerst eenvoudigere methoden (instructies, bediening, meting, onderhoud). Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft een pakket aan maatregelen opgezet, waaronder het Ondersteuningsteam Optimale Ventilatie, dat scholen actief ondersteunt met Quick Scans, instructies en adviezen.
Jille Kuipers, Innovatiemanager bij LuxBalance, over de rol van moderne monitoring: "De richtlijnen van Ruimte OK zijn glashelder over de technische basis: een zelfkalibrerende NDIR-sensor en de verkeerslichtfunctie vormen de minimumstandaard. Maar het belangrijkste inzicht is de noodzaak van 24/7 monitoring en data-analyse, zoals vereist door de SUVIS-regeling. De RoomYou1-sensor, met zijn nauwkeurige NDIR-sensor en dataopslagcapaciteit, stelt scholen in staat om niet alleen te voldoen aan de minimale eisen van het Bouwbesluit, maar ook om het ambitieniveau (streefwaarde van 800 ppm) te waarborgen. Bovendien voorkomt een mobiele monitor verstoring door directe ademhaling, een veelvoorkomend probleem bij verkeerd geïnstalleerde vaste meters. Het gaat niet alleen om de rode indicator; het gaat om het bereiken van de groene zone." Door gebruik te maken van een betrouwbare CO₂-meter en actie te ondernemen op basis van de stoplichtfunctie, kunnen leerkrachten en schoolleiders tijdig de juiste stappen zetten om een gezond en productief binnenklimaat te creëren.
Referentie:
Ruimte OK. (2022, februari). Richtlijnen voor optimale ventilatie in het klaslokaal met de CO₂-meter. Ruimte OK.